1. Het probleem aanmoedigen (het symptoom voorschrijven)
Je kiest tijdelijk partij voor het probleem en moedigt het gedrag aan alsof het een verstandige keuze is. Daardoor ontstaat vaak een innerlijke tegenbeweging bij de coachee.
Voorbeelden
- “Misschien is het voorlopig beter om dit zo te laten, zodat je zeker weet dat het blijft zoals het nu is.”
- “Je kan dit ook echt perfectioneren: altijd twijfelen, nooit beginnen.”
- “Zullen we afspreken dat je er nog even niet aan begint, zodat je ook niet hoeft te ontdekken wat er mogelijk is?”
2. Het probleem verdedigen (advocaat van de duivel)
Je benoemt de voordelen van het probleem en verdedigt het alsof het iets oplevert. Daardoor gaat de coachee zichzelf vaak tegenspreken.
Voorbeelden
- “Het probleem beschermt je ook tegen teleurstelling, dat is eigenlijk best handig.”
- “Als je niet verandert, hoef je geen risico te nemen.”
- “Misschien is dit precies wat je nodig hebt om jezelf niet te veel te belasten.”
3. Het doel in twijfel trekken
Je spreekt je twijfel uit over het doel van de coachee. Dat doorbreekt het patroon van eindeloze aanmoediging en lokt motivatie uit.
Voorbeelden
- “Ik weet niet of dit je echt gaat lukken … wat maakt dat jij denkt van wel?”
- “Waarom zou het deze keer anders zijn dan de vorige keren?”
- “Wat zou je mij willen bewijzen als je hier wel doorheen komt?”
4. Spelen met verschillende spreekstijlen
Je wisselt bewust tussen serieus, overdreven, formeel of speels. Zo haal je de coachee uit zijn vaste script.
Voorbeelden
- Op plechtige toon: “Volgens de officiële regels mag dit natuurlijk helemaal niet.”
- Heel eenvoudig: “Zo gaat het dus altijd bij jou.”
- Met duidelijke lichaamstaal: “Zie je hoe je hele systeem hierop reageert?”
5. Absurde oplossingen bedenken
Je verzint een overdreven of onrealistische oplossing en werkt die even door. Daardoor wordt het patroon zichtbaar.
Voorbeelden
- “We kunnen er ook een officiële procedure van maken om niets te veranderen.”
- “Zullen we een checklist maken met alle redenen waarom je het niet doet?”
- “Misschien moeten we het probleem gewoon tot hoofdstrategie benoemen.”
6. Liefdevolle omgekeerde psychologie
Je haalt druk weg en bevestigt dat het al goed genoeg is, zodat perfectionisme en verkramping loslaten. Als coach duw je niet naar verandering, maar precies daardoor wil de coachee het vaak zelf wél.
Voorbeelden
- “Je hoeft dit niet meteen te halen, het is nu al oké.” Dit haalt de prestatiedruk weg en precies daardoor ontstaat vaak opnieuw motivatie.
- “Waarom zou het perfect moeten zijn?”
- “Wat als je het gewoon probeert, zonder jezelf te bewijzen?”
7. Humor en overdrijving
Je vergroot het patroon uit zodat de coachee het kan zien en er samen om kan lachen.
Voorbeelden
- “Je bent echt een expert in jezelf tegenhouden.”
- “Je innerlijke criticus werkt hier overuren.”
- “Als uitstellen een sport was, stond jij op het podium.”
8. Spiegelen en imiteren
Je bootst houding, toon of gedrag van de coachee na zodat hij zichzelf kan herkennen.
Voorbeelden
- “Zie je hoe gespannen je zit als je dit zegt?”
- “Ik doe even jouw stem na — herken je dat?”
- “Zo voelt het als je het vertelt.”
9. Jojoën tussen twee kanten
Je wisselt snel tussen het probleem versterken en het tegenspreken, zodat het patroon begint te wiebelen.
Voorbeelden
- “Ja, het is hopeloos … of misschien toch niet.”
- “Je kan het niet … tenzij je het wel kunt.”
- “Blijf vooral zo … of probeer juist iets anders.”
10. De normale coachregels doorbreken
Je doet iets onverwachts om het gesprekspatroon te verstoren.
Voorbeelden
- “Ik onderbreek je even, dit is belangrijk.”
- “Ik raak nu iets aan wat je liever vermijdt.”
- “Laten we het zwart-wit maken: of wel, of niet.”
11. Positief afronden met affirmatie
Na verwarring en doorbraak geef je een warme, positieve boodschap om het nieuwe perspectief te versterken.
Voorbeelden
- “Je kan hier meer in dan je denkt.”
- “Ik zie hoe je al in beweging bent.”
- “Je hoeft dit niet alleen te dragen.”