S3 werkt niet “omdat de tools slim zijn”, maar omdat die tools gedragen worden door een set principes die elkaar versterken.
1. Gelijkwaardigheid (niet gelijkheid!)
Wie geraakt wordt door een beslissing, kan er invloed op uitoefenen — bijvoorbeeld door mee te denken of een gefundeerd bezwaar in te brengen. Dat betekent niet dat iedereen overal over beslist of dat iedereen hetzelfde doet. We verschillen in verantwoordelijkheden, competenties en interesses, maar wanneer we samen een organisatie besturen, behandelen we elkaar als gelijkwaardig.
Gelijkwaardigheid gaat dus over invloed, niet over identieke rollen. Besluitvorming wordt niet enkel hiërarchisch opgelegd: mensen die impact van een beslissing ervaren, worden ook gehoord. Tegelijk blijft helder wie mandaat heeft voor welk domein. Respect en rolzuiverheid gaan hier hand in hand.
2. Consent
Afspraken worden gemaakt in afwezigheid van een gefundeerd bezwaar, met aandacht voor de stem van de minderheid want ook daar zit immers waardevolle informatie.
Consent is geen consensus waarbij iedereen enthousiast moet instemmen. Een voorstel kan doorgaan wanneer het veilig genoeg is om te proberen en niemand een onderbouwd bezwaar heeft. Een bezwaar gaat niet over persoonlijke voorkeur, maar over mogelijke schade aan het doel van het domein. Zo ontstaat besluitvorming die tegelijk voortgang mogelijk maakt én inhoudelijk sterker wordt. Lees ook de blog over Consent Besluitvorming.
3. Transparantie
Informatie en beslissingen zijn transparant, tenzij er een duidelijke reden is om dat niet te doen. Openheid creëert vertrouwen en voorkomt dat macht onzichtbaar wordt uitgeoefend. Wanneer informatie toegankelijk is, kunnen mensen beter verantwoordelijkheid nemen en meedenken.
Dat betekent niet dat alles altijd publiek moet zijn, maar wel dat uitzonderingen expliciet gemotiveerd worden.
4. Accountability (verantwoordelijkheid nemen)
Afspraken zijn niet vrijblijvend. Wanneer er iets nodig is, nemen mensen initiatief. Wie een rol opneemt, neemt ook de bijhorende verantwoordelijkheden op en is daarop aanspreekbaar. We spreken elkaar aan wanneer afspraken niet nagekomen worden.
Zo ontstaat een cultuur van eigenaarschap: verantwoordelijkheid wordt gedeeld, maar niet vaag of diffuus.
5. Empirisch werken
Empirisch werken betekent dat je niet blijft redeneren in theorie, maar leert uit experimenten en concrete resultaten. In plaats van eindeloos te discussiëren over wat mogelijk zou kunnen werken, kies je ervoor om iets uit te proberen en te kijken wat er gebeurt. Kleine experimenten geven sneller feedback dan grote plannen. Zo kan je bijsturen op basis van wat je echt waarneemt en wordt de organisatie wendbaarder in complexe contexten.
6. Voortdurend verbeteren
Voortdurend verbeteren draait om kleine bijsturingen op basis van wat je waarneemt. Beslissingen hoeven niet perfect te zijn, maar wel goed genoeg voor nu en veilig genoeg om te proberen. Dat verlaagt de drempel om knopen door te hakken. Door regelmatig te evalueren en bij te sturen, evolueert de organisatie stap voor stap. Zo voorkom je stilstand door eindeloze analyse.
7. Effectiviteit
Bij effectiviteit staat waardecreatie centraal: de juiste dingen doen om je doelen te bereiken en hindernissen uit de weg te ruimen. Het gaat niet alleen om efficiënt processen volgen, maar om daadwerkelijk bijdragen aan het doel van het domein of de organisatie. Draagt iets daar niet aan bij, dan wordt het bespreekbaar gemaakt en zo nodig aangepast of stopgezet.