1

Over groepsdynamica en groepsfasen

Jo Vervaet
Het begin van elke groep wordt gekenmerkt door onzekerheid bij de groepsleden.

Groepsdynamica kan gedefinieerd worden als de studie van het tot stand komen, het functioneren en het uiteenvallen van groepen. Er zijn verschillende theorieën over ontwikkelingspatronen in groepsprocessen.  In elk van de theorieën komen onderstaande verschillende fasen en kenmerken van groepsontwikkeling naar voren.


1      Fase 1:
Onzekerheid

Het begin van elke groep wordt gekenmerkt door onzekerheid bij de groepsleden. De eerste opgave van de groep is dus om te gaan met deze onzekerheid. De primaire reactie is afstandhouden. De één is zeer zwijgzaam. De ander is conventioneel hartelijk. Iedereen is nog erg bezig zichzelf te beschermen. De sfeer is vriendelijk op conventionele manier.  


Tips voor groepsbegeleiders in deze fase:

  • Erken en benoem de onzekerheid.
  • Geef structuur en informatie over doelstelling en programma.
  • Geef veel aandacht aan de kennismaking.
  • Inventariseer verwachtingen.
  • Geef gelegenheid tot informeel kennismaken.
  • Geef een gedragscode: op tijd beginnen, elkaar laten uitpraten, respect voor grenzen.
  • Geef aan dat jij vertrouwen hebt in de groep.


2.   Fase 2: Ordening en plaatsbepaling

Omdat men antwoord wil op vragen als: wat gaan we doen en wie ben jij, ontstaat er een tweede reactiepatroon: namelijk verkennen en oriënteren. Er worden vragen gesteld, balletjes opgegooid, meningen geuit, bijval en kritiek geleverd. Men verkent elkaar om elkaar te kunnen plaatsen. De begeleider wordt eveneens afgetast of uitgeprobeerd. Dit leidt tot een derde reactiepatroon namelijk de wedijver om de invloed. De groepsleden zien dit zelf vaak niet als wedijver. Eerder als het leveren van een waardevolle bijdrage. De een doet dit door standvastig een bepaalde mening te geven. De ander door stevig oppositie te voeren. Weer een ander door te bemiddelen. Dit leidt soms tot een stevige machtsstrijd. Uiteindelijk zal uit deze strijd een verdeling komen van posities. Hier wordt tevens een aanzet gegeven tot het vormen van een groepsnorm.

 

Tips voor groepsbegeleiders in deze fase:

  • Geef ruimte aan het aftasten.
  • Geef veel opdrachten waarin de groepsleden moeten samenwerken.
  • Wissel steeds de samenstelling van de subgroepen.
  • Geef informatie; geen overtuigingen, verhandelingen of verdediging.
  • Bij heftige machtsstrijd: ga niet mee knokken. Benoem de strijd. Geef de strijd de ruimte binnen de veiligheidsnormen. Duw het programma er niet door.
  • Bied eventueel oefeningen aan met een competitie-element. Op die manier structureert u de machtsstrijd.


3. Rolverdeling

Na de machtsstrijd ontstaat er een bepaalde rolverdeling. Mensen zoeken in onzekere situaties naar autoriteit. Door de posities en rollen te verdelen en te erkennen wordt zekerheid en veiligheid gecreëerd. Er ontstaan al dan niet uitgesproken normen en regels in de groep.

 

Tips voor groepsbegeleiders in deze fase:

  • Geef ruimte aan dit proces.
  • Geef oefeningen om de normen en waarden boven tafel te krijgen. Stellingen zijn hier geschikt voor.
  • Wees alert op deelnemers die buitengesloten dreigen te worden omdat ze zich niet conformeren.


4. Ontstaan van cohesie

Nu de rollen en normen helder zijn, ontstaat genoeg veiligheid voor echt contact met elkaar. Men maakt het eerst contact met die groepsleden waarvan men het idee heeft dat men veel gemeenschappelijk heeft. Ieder krijgt zijn plek in de groep en begint zich thuis te voelen. Er is sprake van verbinding met de groep in zijn geheel en met individuele groepsleden. De groepscohesie is voldoende ontwikkeld om werkzaam te zijn. Soms kan deze harmonie ‘doorslaan’ in een vorm van euforie. Vaak wordt deze spontaan verbroken door reële confrontaties. Als de cohesie van de groep sterk genoeg is, vormen deze confrontaties de basis voor verdere ontwikkeling.


Tips voor groepsbegeleiders in deze fase:

  • De groep is nu klaar voor de eigenlijke taak.
  • De feedback kan confronterender zijn. Moedig dit ook aan.
  • Maak de groep expliciet medeverantwoordelijk voor de gang van zaken.
  • Als het “wij gevoel “ belemmerend gaat werken, is het nodig de groepsleden weer wat los te weken. Soms is een groep zo hecht dat er geen verschillen mogen bestaan. Het werken met stellingen en het geven van opdrachten waarbij verschillen duidelijk naar voren komen, is dan handig.


5. Verder verloop in de groep

De groep is nu van start.  Er zijn nu vier mogelijkheden voor het verdere verloop:

  1. De groep ontwikkelt zich steeds verder. De relaties worden steeds opener. Er is oprechte betrokkenheid bij elkaar en iedereen kan zijn of haar bijdrage leveren aan de groep.
  2. De groep is tevreden met het bereikte (intimiteits- en samenwerkings-)niveau.
  3. Soms zijn de meningen over dit 'niveau' verdeeld. Dit kan leiden tot een conflict waarna de groep zich verder ontwikkelt.
  4. Een groep kan uiteenvallen (omdat de taak gedaan is of na een conflict) of terugvallen op een afstandelijk omgaan met elkaar zoals in het begin.


6. Afscheid

De begeleider heeft op procesniveau nog een belangrijke taak. Bij groepen die een beperkte levensduur hebben, zal de groep voorbereid moeten worden op het afscheid. Het afscheid zal besproken moeten worden. Afscheidsrituelen (zoals evalueren) kunnen het stoppen van de groep vergemakkelijken.


Bevorderen van groepsontwikkeling

Als begeleider kun je de groep helpen de fasen te doorlopen door de bijbehorende problemen of wrijvingen niet te negeren en door niet met schijnoplossingen te komen.


Het helpt om:

  • gunstige, veilige omstandigheden te creëren
  • aanvaardbare doelen te stellen
  • met duidelijke omgangsnormen
  • uit te nodigen tot vrijwillige deelname
  • als begeleider zelf als rolmodel op te treden in het omgaan met problemen of kritiek
  • de groep te helpen zelf haar wrijvingen of problemen te analyseren
  • wrijvingen niet te negeren, om de lieve vrede te bewaren, maar spanningen bespreekbaar te maken


Verdieping?

Wie zich in groepsdynamica wenst te verdiepen, kan terecht in de nieuwe HRDA training: De groep als leerinstrument: groepsdynamica en systemisch werken.  De training gaat een eerste keer van start in mei 2013 onder leiding van Tamara Lenaerts.

 

Geïnteresseerd? Over groepsdynamica en groepsfasen

Deze website maakt gebruik van cookies! Meer details over onze cookies kan je terugvinden in ons cookiebeleid