1

Tips voor trainers: activerende werkvormen

Jo Vervaet
Enkele activerende werkvormen die je als trainer kan gebruiken:

In trainingen komt het er vooral op aan om je deelnemers te activeren, op die manier komen ze tot dieper leren.

Enkele activerende werkvormen die je als trainer kan gebruiken:

  1. Buzzen: laat deelnemers individueel nadenken over een vraag/opdracht, of laat ze per twee of in groepjes hierover brainstormen om te komen tot een gemeenschappelijk oplossing/antwoord.
  2. De kloostergangen: een speciale/creatieve vorm van buzzen. Laat de deelnemers per twee door de gangen, door het lokaal, door de tuin rondlopen terwijl ze aan het brainstormen zijn over een opdracht of een vraag.
  3. Sorteren: een model, schema of bijvoorbeeld stappenplan wordt letterlijk in stukken geknipt en de deelnemers puzzelen het terug in elkaar.
  4. Praktijkopdracht: laat het geleerde toepassen in de praktijk van de deelnemers door hen een praktijkopdracht mee te geven tussen 2 trainingsdagen door.
  5. Inspringtoneel: de trainer speelt een situatie waarin het te bespreken dilemma speelt. De deelnemers mogen op die situatie inspringen om zo te laten zien hoe ze zouden handelen. Door de reactie van de trainer (of acteur) worden ze geconfronteerd met het effect van hun handelen.
  6. Games: er zijn heel wat spelen op de markt die je kan gebruiken in je trainingen: computergames, bordspelen, simulatiespelen, ... Je kan ook zelf een game ontwikkelen waardoor je de theorie laat inoefenen en toepassen.
  7. Intervisie: het uitwisselen van ervaringen, bvb in subgroepen.

Je leert deze en veel andere creatieve werkvormen toepassen in de tweedaagse train de trainer 'Aan de slag met activerende werkvormen'.

 

Deze website maakt gebruik van cookies! Meer details over onze cookies kan je terugvinden in ons cookiebeleid